Startpunt 'stichting Weeskinderen in Rwanda'
 stichting Weeskinderen in Rwanda
Start | Projecten | Donaties           De stichting | Werkgroep | De Derde Kamer | Contact

Artikel in de kersteditie van lokale krant De Kempenaer

December 2006



Geef 50.000 Rwandezen zuiver water

EERSEL – In 2006 was ze super actief. Meerdere malen kwam Ria van de Ven-Gijsbers in het nieuws. Als het niet met het aanvaarden van het lidmaatschap van de Derde kamer was, dan had ze wel een filmavond georganiseerd of timmerde aan de weg met het geitenproject voor al die weduwen en wezen in de omgeving van het Kivu-meer in Rwanda. Aan het einde van het jaar een terugblik op 2006. Het jaar dat zoveel goeds en aandacht bracht, maar opnieuw voor spanningen zorgde in Rwanda.

door Maria van Haperen

Het is momenteel allesbehalve rustig in Rwanda. Ria Gijsbers is een maand in het gebied van het Kivu-meer rond getrokken en alhoewel ze graag van alle goede projecten bericht die de weduwen voor de honderdduizenden wezen verrichten, klinkt in haar verhaal ook een dreigende ondertoon door. Eigenlijk ondanks zichzelf vertelt ze erover, ze heeft te veel narigheid gezien en de dreiging van dichtbij meegemaakt. Zoiets gaat je niet in je koude kleren zitten, ook al ben je nog zo positief ingesteld.

‘Hutu’s die kakkerlakken helpen zijn zelf ook kakkerlakken’, schreeuwt de radiocommentator. De radiostem maakt duidelijk hoe de Hutu’s opgehitst worden tegen hun Tutsi landgenoten. Deze haatpropaganda maakt de mensen in Rwanda alert, onder het volk bevindt zich een vijand en die bedreigt het welzijn van de staat.
Deze scheldkanonnade komt uit de film Hotel Rwanda. De film begint op het moment dat president Habyarimana van Rwanda wordt vermoord. Het vliegtuig waarin hij met zijn Burundese ambtsgenoot zit wordt uit de lucht geschoten. Een aanslag waarbij Habyarimana, die van Hutu afkomst is, het leven laat. Wie de daders zijn blijft onbekend. Fluisterende stemmen beweren dat Habyarimana door zijn eigen regering, samengesteld uit Hutu’s, om zeep is geholpen. De radiostem beweert iets anders: het zijn de Tutsi’s. Deze aartsvijanden van het Hutu-volk moeten er aan geloven. De kapmessen worden geslepen en een driemaanden durende slachting begint. In die korte tijdspanne worden meer dan 900.000 mensen, merendeels afkomstig uit de Tutsi-bevolking gedood.
Ria Gijsbers weet hoe moeilijk het is om aandacht te genereren voor het werk dat ze doet voor het weeshuis en de financiële inzamelingsacties voor de aankoop van geiten en zaden. Maar ja, ik benader de dingen nu eenmaal vanuit de positieve hoek, kijk naar wat er wel goed gaat, waartoe mensen in staat zijn als ze hun energie positief aanwenden.

Al meer dan tien jaar is Gijsbers betrokken bij hulp aan weduwen, weeskinderen en arme gezinnen in de heuvels van Rwanda. Alle gezinnen zijn zwaar getroffen door de genocide van 1994. Normale gezinsverbanden met vader, moeder en kinderen kennen de Rwandezen eigenlijk niet meer. De mannen die nog aanwezig zijn lopen de kans om opgepakt te worden als daders van de genocide. Gijsbers: ‘Mij wordt wel eens verweten dat ik met iedereen samenwerk. Of ik me wel realiseer dat die mannen oorlogsmisdadigers zijn? Ja natuurlijk, maar intussen hebben die mensen het wel gewoon met elkaar te doen. Ze moeten toch samen het leven weer opbouwen. Heb je ooit gehoord van de Gacaca’s? Rechtbanken waarin slachtoffers zich uitspreken en men meteen tot een veroordeling komt.
Momenteel is het behoorlijk mis aan het gaan in Rwanda, omdat de Franse politiek, dat is oud-kolonisator van het land, de huidige Rwandese president heeft opgeroepen om zich te melden bij de rechtbank. Ook hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan de genocide. Die president is een Tutsi. Na de genocide van 1994 zijn de Tutsi’s weer aan de macht. De president is en gewezen militie en nu worden Hutu’s onderdrukt. In het gebied waar ik verbleef was het gelukkig redelijk rustig, tenminste, ik ben nog nooit bang geweest, maar je voelt de spanning van de bevolking. Het zindert. De mensen zijn bang, nerveus, gespannen. Ze staan niet te wuiven langs de weg, zoals normaal wel het geval is. Er hoeft maar het minste of geringste te gebeuren en de vlam slaat weer in de pan. Desondanks hebben we gefeest, omdat het weeshuis zijn 50-jarig bestaan vierde. De president en zijn vrouw konden vanwege de gespannen politieke situatie niet komen, maar er was wel een vrouwelijk minister die het weeshuis bezocht. Ook zij werd met de grootst mogelijke beveiliging omringt.’

Ria van de Ven-Gijsbers kijkt terug op een bewogen jaar. (foto Heidi Wils, De Kempenaer)
Ria van de Ven-Gijsbers kijkt terug op een bewogen jaar.
(foto Heidi Wils, De Kempenaer)

Samen met priester zette de lokale bevolking van Kibuye na de genocide van 1994 in de omgeving projecten op die de wederopbouw moest stimuleren. Ook met Gijsbers’ steun zal de bevolking steeds beter en steeds zelfstandiger in het onderhoud kunnen voorzien. Gijsbers: ‘Met slechts weinig financiële middelen; slechts wat zaden om te verbouwen en een geit om te verzorgen. We geven geen geld, maar stimuleren de mensen om zelf aan het werk te gaan. Aan ons project nemen zeventig weduwen deel die de zorg dragen voor en veelvoud aan weeskinderen. Deze kinderen moeten op hun beurt met heel bescheiden middelen in hun eigen onderhoud voorzien. Ze hebben een eigen geitje dat ze verzorgen. Het geitje levert naast melk ook andere producten, als mest bijvoorbeeld voor de gewassen. Als je weet dat 70% van de bevolking in Rwanda bestaat uit kinderen onder de vijftien jaar en zo’n geitje slecht 35 euro kost, dan snap je dat je voor een vrij luttel bedrag bijdraagt aan het structureel opbouwen van die samenleving. Het feit dat een grote groep kinderen, onder leiding van één weduwe, voor een geitje de gezamenlijke verantwoordelijkheid draagt is dus niet alleen symbolisch. En is het geen mooi idee dat ze met zaden uit de Kempen gewassen kweken en groenten eten die we hier ook hebben? Ze eten ook nog eens gevarieerd.’

‘In 2007 gaan we gewoon door met alle goedlopende projecten. Naast de geiten, groentezaden, tuingereedschappen, schoolmaterialen en naaimachines gaan we de nadruk leggen op zuiver drinkwater. In dit land sterven de meeste mensen nog steeds van de dorst. Door de tropische hitte en het feit dat in het afgelopen jaar niet één druppel regen is gevallen, zijn al duizenden kinderen en arme mensen gestorven. De verwachting voor 2007 is nog slechter.
In de heuvels van Rwanda zijn verschillende natuurlijke bronnen die op zich een grote capaciteit hebben en voldoende kracht bezitten. Met de aanleg van leidingen kan dit water naar de dalen worden geleid, waar waterreservoirs moeten komen. Vanuit de waterreservoirs moeten aftappunten komen, waar iedereen uit de omgeving zuiver drinkwater kan halen. De bevolking ter plekke helpt zelf enorm goed mee om dit te realiseren, want ze begrijpen wat er op het spel staat. Ze sjouwen stenen de heuvel op en de jongeren graven geulen waarin de leidingen moeten komen. Het is voor de aanschaf van cement, pvc pijpen, ethyleen slangen en kranen dat we nog een financiële bijdrage vanuit Nederland nodig hebben.’

‘Hulpverlening kan eenvoudig en mensen doen het zelf allemaal graag, maar het zou fijn zijn als ik van, bijvoorbeeld, de Kempische ondernemers wat financiële ondersteuning zou kunnen krijgen. Of dit hulpverlening tegen wil en dank is? Ondernemers tonen toch zo graag hun sociale gezicht? Met weinig financiële middelen kan zoveel worden gedaan in Rwanda. De inzet en motivatie van de bevolking is goed.’



Terug naar boven Terug naar vorige pagina

Copyright ©2004-2017 stichting Weeskinderen in Rwanda, Willibrorduslaan 34 Eersel Nederland www.weeskindereninrwanda.eu K.v.K. nummer te Eindhoven 17128822, NL58 ABNA 0538 0441 60 te Eersel