Startpunt 'stichting Weeskinderen in Rwanda'
 stichting Weeskinderen in Rwanda
Start | Projecten | Donaties           De stichting | Werkgroep | De Derde Kamer | Contact

Verzending van hulpgoederen

In februari 1996 volgt mijn tweede bezoek aan Rwanda. Met steun van de Witte Paters in Antwerpen is de eerste container, met priesterbenodigdheden voor de priesters in hun parochies en de hulpgoederen voor het weeshuis Noël, goed in Nyundo aangekomen. Het is het begin van de opbouw en er zullen nog 6 containers vol hulpgoederen volgen.

Na mijn terugkeer schrijf ik weer brieven, nu ook met het goede nieuws; onze hulpverlening werkt. Ondanks het goede nieuws komen er veel afwijzende reacties. Ik citeer: „Wie zet zich vrijwillig in voor weeskinderen en priesters in een land als Rwanda waar de ene mens de andere heeft vermoord? U bent niet goed bij uw hoofd” „Het is zinloos, in Rwanda zullen ze doorgaan met elkaar af te slachten” enz. enz.
Het aantal goede reacties is mondjesmaat.
Ik blijf met hart en ziel gemotiveerd en kort daarna komt er een opleving.

In juni 1996 krijgen wij van de Friesche Vlag in Leeuwarden vele blikken melkpoeder, rijstebloem en tarwemeel en melkpoeder met extra vitaminen, die vervolgens met de Witte Paters in Antwerpen per container naar Rwanda worden verstuurd. Later komen daarbij matrassen, lakens, dekens, kinderkleding, toiletzeep, handdoeken, ontsmetting- en verbandmiddelen, soeppoeder, macaroni en spaghetti en 2 kookketels van 300 liter, allemaal aangevraagd bij verschillende bedrijven o.a. Procter en Gamble in Mechelen, Anco in Turnhout en 1000 zakken volle-melkpoeder van de paters Trappisten in Westmalle, alles geschonken om te verzenden naar het weeshuis Noël in Nyundo.

Met steun van de Witte Paters uit Antwerpen zijn er 7 containers met hulpgoederen aangekomen in weeshuis NoŽl in Nyundo, Rwanda.
Met steun van de Witte Paters uit Antwerpen zijn er 7 containers met hulpgoederen aangekomen in weeshuis NoŽl in Nyundo, Rwanda.

In augustus 1996 wordt mijn brief „Nog zie ik de behuilde snoetjes voor me” in het weekblad Libelle geplaatst. Door het hele land wordt er enthousiast op gereageerd door moeders en oma’s. Zij beginnen truitjes en dekentjes te breien, jurkjes, bloesjes, broekjes, katoenen tasjes, kussentjes en lakens te naaien. Dat wordt naar Eersel gebracht en hier gesorteerd. Vele honderden dozen hebben we ingepakt en daarna samen met mijn man naar de Witte Paters in Antwerpen gebracht.  Bij de hen worden de dozen gewogen, de inventarislijsten en de nodige vervoer- en douanepapieren gemaakt. Daarna wordt alles via Wereldmissiehulp in Antwerpen in een container geladen en vervolgens met de boot naar Rwanda verstuurd.


Vervolg het ontstaan van de hulpverlening

Terug naar vorige pagina

Copyright ©2004-2017 stichting Weeskinderen in Rwanda, Willibrorduslaan 34 Eersel Nederland www.weeskindereninrwanda.eu K.v.K. nummer te Eindhoven 17128822, NL58 ABNA 0538 0441 60 te Eersel