Startpunt 'stichting Weeskinderen in Rwanda'
 stichting Weeskinderen in Rwanda
Start | Projecten | Donaties           De stichting | Werkgroep | De Derde Kamer | Contact

Handvaardigheid voor jonge meisjes

Tijdens de genocide van 1994 zijn veel ouders vermoord. Weeskinderen die geen plaats meer hebben in het weeshuis Noël, zijn op de heuvels of in het oerwoud gevlucht. In 2002 maken wij ons grote zorgen over de meisjes daar die inmiddels de leeftijd hebben dat ze gaan menstrueren. Zij hebben goede voorlichting nodig. Daarom zou het goed zijn als er op verschillende plaatsen ontmoetingsruimtes komen waar meisjes graag naar toe gaan. Van nature leren ze graag naaien, borduren, breien en haken. De weduwen zijn bereid om de meisjes les te geven. We kunnen stoffen, garen en trapnaaimachines in Kigali kopen. In 2003 beginnen ze met twee dagen in de week. De eerste gevluchte schuchtere meisjes komen en weldra brengen ze andere meisjes mee. Ze maken contact met de weduwen die voorlichting geven en vertellen hoe ze zich moeten verzorgen. Ons doel wordt bereikt.

Het naaiatelier wordt druk bezocht en bevordert het sociale aspect.
Het naaiatelier wordt druk bezocht en bevordert het sociale aspect.

Inmiddels zijn er in zeven dorpen, in weliswaar armoedige ruimtes, 23 trapnaaimachines geplaatst. De toeloop is enorm. Vier dagen in de week in een ochtend- en middaggroep wordt er gehandwerkt, gezongen, gelachen en gedanst. Ze delen hun verdriet en hun zorgen. Ze bemoedigen elkaar. De meeste vrouwen zijn analfabeet; degene die wel geschoold is, schrijft woordjes op de zwart geschilderde muur, een soort taalles. Het is een belangrijk sociaal gebeuren.
In 2007 zijn de eenvoudige naaiplaatsjes uitgegroeid tot een soort naaiateliers; er wordt les gegeven in patroontekenen en naaien. De Rwandese regering stelt in 2007 de leerplicht van 6 tot 12 jaar in. Ieder kind is verplicht een schooluniform te dragen: meisjes een blauwe jurk en jongens een kakikleurig hemd en een broek. De grote rollen stof hiervoor kopen we ieder jaar in Kigali. Om de vrouwen een beetje geld te laten verdienen voor hun gezin, laten we hen de uniformen maken waarvoor ze een kleine vergoeding krijgen. Als het uniform gemaakt is, geeft men dat aan abbé Prosper. Hij geeft het uniform aan een weeskind of aan een kind van wie de familie geen geld heeft om zo’n uniform van € 7,-- te kopen.
Dit is een project dat zelfvoorzienend is: stof kopen in het eigen land is goed voor de economie, een uniform laten maken in het atelier is werkgelegenheid, de vrouw betalen zodat zij iets verdient is gedane arbeid en een uniform geven aan de allerarmsten is solidariteit.


De eenvoudige naaiateliers filmfragment
Bekijk filmfragment
Ga naar het volgende project

Terug naar vorige pagina

Copyright ©2004-2017 stichting Weeskinderen in Rwanda, Willibrorduslaan 34 Eersel Nederland www.weeskindereninrwanda.eu K.v.K. nummer te Eindhoven 17128822, NL58 ABNA 0538 0441 60 te Eersel